Elektronische muziek

Inhoud

1. Apparatuur

2. Opname

3. Bewerken/arrangement

4. Mix

5. Mastering

6. Effecten/gereedschappen

7. Tips en trucs voor beginners

8. Woordenlijst

9. Krijg les in muziekproductie
Muziekproductie is het proces van idee tot eindproduct. Het idee kan een schets zijn, maar ook een geschreven nummer, gemaakt op je computer/gitaar of met een band. Vervolgens moet dit worden omgezet naar een afgewerkt product. Hier nemen we de belangrijkste elementen in dit proces door. Raadpleeg ook de woordenlijst met de belangrijkste technische termen.

Muziekproductie is het proces van idee tot eindproduct. Het idee kan een schets zijn, maar ook een geschreven nummer, gemaakt op je computer/gitaar of met een band. Vervolgens moet dit worden omgezet naar een afgewerkt product. Hier nemen we de belangrijkste elementen in dit proces door. Raadpleeg ook de woordenlijst met de belangrijkste technische termen.

1. Apparatuur

In de moderne muziekproductie gebruikt men een computer en een muziekprogramma onder de verzamelnaam Digital Audio Workstation (DAW). Een dergelijk digitaal audiomontagesysteem bestaat uit een combinatie van audio-meersporensoftware en hogekwaliteit-audiohardware met geluidskaarten, monitoren, een microfoon en een midi-keyboard en wat kabels. Bij de opname van verschillende instrumenten tegelijk, of bijvoorbeeld een heel drumstel, zijn meerdere microfoons nodig en evenzoveel microfooningangen op de geluidskaart.


2. Opname

Als je een schets op je computer hebt gemaakt, ben je al bezig met de opname. Zit je echter klaar zit met je gitaar of een hele band, dan heb je nog wat werk voor de boeg, omdat alles in de computer moet!

Je neemt op via de geluidskaart. Dat kan een uitbreidingskaart in je computer zijn of een externe box die functies bevat om geluid zowel te transformeren van analoog naar digitaal en weer terug, als naar en van je DAW.

Een geluidskaart heeft ingangen (voorversterkers) voor microfoons en gitaren en uitgangen voor monitoren en hoofdtelefoons. En bovendien volume- en dempknoppen. Je geluidskaart sluit je aan via USB, FireWire of Thunderbolt en je MIDI-keyboard op de geluidskaart of rechtstreeks op de computer via USB.

Je neemt op in je muziekprogramma, bv. Logic Pro (alleen voor Mac), Ableton Live, Cubase, Pro Tools, Studio One of Reason. Een muziekprogramma bevat meestal audio- en midisporen, talloze bewerkingsmogelijkheden, plug-ins (zowel instrumenten als effecten) en een mixer met bijbehorende verbindingsmogelijkheden.
Bij een opname wordt er onderscheid gemaakt tussen audio en midi. Het muziekprogramma kan met beide overweg:

    • Audio zijn analoge signalen, bijvoorbeeld zang of gitaar, maar kan ook een analoge synthesizer zijn, waarbij je het geluid rechtstreeks vanuit de analoge uitgang van de synthesizer opneemt. Je maakt de opname op een specifiek audiospoor. Denk eraan dat je niet te hard opneemt. Je regelt het opnameniveau van je geluidskaart door de volumeknop die aan de microfooningang gekoppeld is omhoog of omlaag te draaien.
  • Midi is een digitale industriestandaard waarmee je programmeert. In de praktijk houdt het programmeren in dat je opneemt op je midi-keyboard. De opname ziet er uit als een soort van lijnen (of noten) die verschillende informatie bevatten. Deze lijnen activeren een geluid, meestal van een plug-in.

 
Een plug-in is in dit geval het instrument dat je op je specifieke MIDI-spoor zet, meestal aangeduid als instrumentspoor.

Elk instrument wordt op een eigen spoor opgenomen. Deze sporen verzamel je met een mixer, zodat ze uiteindelijk op één spoor terechtkomen, het zogenaamde masterspoor. In de praktijk gebeurt dit automatisch, maar je kunt het ook anders instellen, zodat je een aantal sporen verzamelt (bijvoorbeeld alle drums op een drumspoor) voordat je die doorstuurt naar het masterspoor. Vaak is het wenselijk om elke instrumentengroep afzonderlijk te kunnen behandelen en controleren.

3. Bewerken/arrangement

Bewerken is een tussenstation in het opname- en mixproces; een opruiming waarbij storende elementen verwijderd worden. Dit kan bijvoorbeeld de montage van een vocaalspoor uit verschillende opnames zijn, een aanpassing van de bassdrumslag of het inlassen van loops.
Het is heel normaal als je voortdurend wijzigingen wilt aanbrengen in je arrangement, maar wel een goed idee om de grote lijnen vast te houden tot je gaat mixen.


4. Mix

Alle afzonderlijke elementen moeten samensmelten tot een geheel, zodat je de gewenste expressie krijgt. Klank en volume van ieder instrument worden geregeld. Een vuistregel is dat je duidelijk ieder onderdeel moet kunnen horen, of in ieder geval voelen. Ze moeten allemaal tot hun recht komen.

Het is zowel een technisch als muzikaal proces, waarbij je wellicht enkele technische aanpassingen moet doen. Dat kan bijvoorbeeld zijn dat je enkele lage frequenties van de bas verwijdert of helemaal een nieuwe bas maakt, zodat die niet tonaal, sonisch of muzikaal botst met bijv. de bassdrum.
Je komt vast voor een groot aantal uitdagingen te staan waarbij je vaak genoodzaakt bent om nog een keer naar je originele schets te kijken. De kwaliteit hiervan is erg belangrijk. Hoe beter je schets muzikaal werkt, hoe minder problemen je krijgt bij het mixen.

Wanneer je de gewenste balans tussen de verschillende elementen gevonden hebt, is je mix klaar. Vervolgens exporteer je die als een stereospoor naar je computer.


5. Mastering

Mastering is de laatste stap in de afwerking van je muziek voor die uitgegeven wordt. Die zorgt voor een aangenaam, gelijkmatig klankbeeld en een hoger gemiddeld volume. Dat borgt de technische kwaliteit, zodat het uiteindelijke resultaat op diverse muziekapparatuur gespeeld kan worden zonder grote geluidschommelingen. Mastering is een beetje een hoofdstuk apart en het wordt aanbevolen dat te laten doen door een vakkundige masteringtechnicus.


6. Effecten/gereedschappen

Wanneer je muziek produceert, gebruik je een verscheidenheid aan effecten/gereedschappen om vorm te geven aan zowel het geluid van het individuele instrument als het totale geluidsbeeld. Daarom zul je waarschijnlijk de hele tijd effecten gebruiken, maar vooral in de mixfase, waar je zowel individueel werkt, d.w.z. met geluid en plaatsing van elk onderdeel, als met het gehele klankbeeld.

Hieronder volgt een zeer vereenvoudigd overzicht van de kenmerken van de belangrijkste effecten/gereedschappen:

Equalizer

Een equalizer regelt frequenties en wordt vooral gebruikt om overlappende frequenties te vermijden. Bijvoorbeeld liggen je bassdrum en je bas meestal binnen hetzelfde frequentiegebied, hetgeen problemen kan veroorzaken. Een vuistregel is demping van frequenties in plaats van ze te versterken.

Compressor

Een compressor beperkt het dynamisch bereik, ofwel het verschil tussen de harde en zachte stukken in de muziek, en reguleert het verschil in volume van bv. een vocalist die eerst zacht zingt tijdens het couplet en vervolgens uithaalt tijdens het refrein. Een tweede functie is het zorgen voor een meer gedefinieerd geluid van de snare- of de bassdrum.

Galm

Galm creëert een gevoel van ruimte rond een bepaald geluid. Vaak neemt men op zonder galm om vervolgens bijvoorbeeld de zangpartijen te voorzien van kunstmatige galm.

Echo

Echo, ook wel delay, herhaalt je signaal en kan worden ingesteld onder andere met verschillende lengtes en in verschillende tempi. Een korte echo, zoals slap back (‘badkamergeluid’) of het doubling effect (gevoel van bijvoorbeeld meerdere lagen van dezelfde zangpartij, waardoor een ruimtelijk effect ontstaat), maakt een heel andere indruk dan langere, ritmisch precieze echo’s (zoals gebruikt in het nummer The Edge van U2 ), wat een meer directe muzikale toepassing is, die ook een gevoel van meerstemmigheid kan geven.


7. Tips en trucs voor beginners

Hoe krijg je het geluid zo vet…? Hieronder staan enkele tips en trucs voor wat belangrijk is om te weten als beginner in muziekproductie.

LUISTER

Luister naar je eigen en andermans muziek. Luister naar zowel de muziek als de productie, de klank en plaatsing van de individuele instrumenten. Selecteer specifieke nummers als referentie voor het werk waar je momenteel mee bezig bent. Vergeet echter niet dat je referentie meestal een voltooide master is en daarmee de laatste, erg belangrijke afwerking heeft ondergaan. Luister op verschillende monitoren, apparatuur, e.d. en op – bij voorkeur – lagere niveaus. Wees bescheiden, zelfkritisch en zelfbewust.

Ken je apparatuur

Leer om te gaan met je DAW (Digital Audio Workstation) door de afzonderlijke gereedschappen en effecten te bestuderen. Probeer dingen uit zonder dat het noodzakelijkerwijs een kant en klare productie moet worden. Doe bijvoorbeeld “een dagje met de compressor” of “een dagje met EQ” en wees nieuwsgierig.

Leer de sterke en zwakke kanten van je monitor kennen. Geef je geld verstandig uit, de meeste muzieksoftware bevat wat je nodig hebt. Investeer liever in goede monitoren, een goede all-round microfoon en de akoestische aanpassing van je muziekruimte.

Krijg les en begeleiding

Een goede en eerlijke docent zal je kunnen begeleiden in dit ware mijnenveld, met oog voor jouw sterke en zwakke punten en zonder onderdrukking van jouw eigenheid. Meld je aan bij een forum – lees en stel vragen.
In wezen bestaan er talloze manieren om te produceren. Het is een mengeling van keihard vakmanschap en artistiek (zwaar) werk. In feite is het beste uitgangspunt helderheid te verschaffen met betrekking tot de muziek die geproduceerd gaat worden.


8. Woordenlijst

Er komen veel begrippen voor binnen de muziekproductie. Hieronder vind je een verklarende woordenlijst van de meest gebruikte:

DAW (Digital Audio Workstation)

Een DAW is zowel je computer als het programma waarmee je de muziek kunt opnemen, bewerken en mixen, bijvoorbeeld Logic Pro (alleen voor mac), Pro Tools, Ableton Live en Cubase. De term wordt echter nagenoeg uitsluitend gebruikt voor muziekprogramma’s. Die zijn meestal behoorlijk geavanceerd en hebben hun eigenheid, maar ze bevatten altijd dezelfde basisonderdelen, d.w.z. audio- en midisporen, digitale/virtuele instrumenten en effecten (in de vorm van plug-ins), bewerkings- en routeringsmogelijkheden, met inbegrip van onder meer een mixer, en een aantal knip- en plakfuncties.

Plug-in

Een plug-in is een aanvulling op een computerprogramma. In de muziekwereld is het vaak een effect, een bewerkingsgereedschap om geluid te vormen of een instrument dat via elektronische synthese of activering van samples geluid kan produceren.

Monitors

Monitors zijn luidsprekers ontworpen voor het opsporen van eventuele problemen, d.w.z. met een neutraler geluid dan gewone stereo-luidsprekers. In het duurdere segment is het verschil kleiner.

Geluidskaart

In dit geval wordt met geluidskaart bedoeld een externe box met in- en outputmogelijkheden voor audiosignalen. Een standaard geluidskaart heeft een microfooningang (voorversterker), ingangen voor externe apparatuur en uitgangen voor monitoren en hoofdtelefoons met bijbehorende volumeregeling en dempfuncties.

Microfoon

Er zijn veel soorten, maar de meeste microfoons hebben een membraan dat geluidsgolven, bv. jouw stem, kan opvangen en omzetten naar elektrische trillingen.


9. Krijg les in muziekproductie

Als je les wilt krijgen van een bevoegde docent met een gedegen opleiding en ervaring, dan kan Muziekonderwijs.nl lessen bieden in muziekproductie, geluidstechniek, Ableton Live, Pro Tool, enz. Hieronder vind je enkele van onze docenten in het hele land:
 

Muziekproductieles in Rotterdam

Onze docent Yiannis geeft les in Muziekproductie
 

Muziekproductieles in Amsterdam

Onze docent Klaas geeft les in pro tools, logic en muziekproductie.
 

You May Also Like